Ik ben geboren en getogen in Tegelen, in een tijd dat de steen- en pannenfabrieken nog midden in het dorp lagen. Je kon er zo heen om plakken klei te halen. ’s Morgens werd ik gewekt door het geluid van de kleitreintjes die vanaf de Heide de berg af kwamen rijden, geladen met zand en klei, waar ‘broodjes’ en pannen van werden gemaakt. Niets wees er toen op dat ‘werken met klei’ mijn metier zou worden. Die belangstelling uitte zich pas op de middelbare school en motiveerde mij uiteindelijk om de lerarenopleiding Tekenen en Handvaardigheid (TeHa) in Sittard te gaan volgen, waar ik grondige kennis opdeed van zowel toegepaste vormgeving als vrije beeldende kunst. In deze laatste richting studeerde ik af.
Inspiratie
Rond die tijd, eind jaren tachtig, werden keramisten nog vooral gezien als pottenbakkers: ambachtslieden die uit klei schalen, vazen en potten vervaardigen. Sculpturale keramiek stond nog niet te boek als een zelfstandige kunstvorm, en juist daar wilde ik mij op toeleggen.
In 1986 had ik al kennisgemaakt met werk van twee grootheden op dit terrein, de Belgische keramisten José Vermeersch en Carmen Dionyse. Vermeersch sprak altijd van beeldbouwen, in plaats van beeldhouwen. Die term drukt precies uit wat het is: beelden worden vanaf de grond opgebouwd, al boetserend met platen en kleine beetjes klei.
Een Inca-tentoonstelling in 1990 in Brussel zorgde voor een andere ontdekking: dat er zo lang geleden al mensfiguren in klei werden gemaakt, verbaasde en inspireerde me tegelijkertijd.
Ontwikkeling
Torens, vogelmensen, pronkzetels
Aanvankelijk maakte ik vooral torenachtige beelden, maar in de loop der jaren verschenen er steeds vaker mensfiguren in mijn werk. Reizende vogelmensen en pronkzetels met daaraan vastgehechte mensen en dieren vormen intussen een eigen universum.
Mijn beelden zijn nooit glad, gepolijst. Ze mogen er niet gelikt uitzien, ze moeten een zekere oudheid uitstralen. Alsof ze een geschiedenis hebben, zoals die Inca-beelden. De beelden worden geboetseerd en opgebouwd uit plakken klei. Ze worden voorzien van een oppervlaktelaag van engobe, onderglazuur en matglazuur, of een combinatie hiervan. Het mooie van keramiek is dat je met huid bezig bent, je kunt blijven variëren.
Wandbeelden
Tijdens tentoonstellingen en markten kreeg ik vaak te horen dat men in huis geen plaats had voor een vrijstaand ruimtelijk beeld. Rond 1994 bedacht ik dat er in de meeste woonkamers waarschijnlijk wel plaats aan de muur zou zijn. Vanaf die tijd maak ik regelmatig wandbeelden, die nu veel muren sieren.
Slibgoed
Daarnaast kan ik het niet laten om terug te gaan naar mijn roots, namelijk naar het slibversierd aardewerk dat door de jaren heen in Noord-Limburg gemaakt werd en nog steeds wordt. Het geeft mij de mogelijkheid om te schilderen op keramiek.
De vazen die ik maak zijn niet gedraaid, maar met de hand opgebouwd. Hierdoor zijn ze nooit perfect rond. Juist deze perfecte imperfectie zorgt ervoor dat ze de toeschouwer blijven uitdagen om iets nieuws te ontdekken.
